| | | De Heilige Geest | | Bijbelstudie over de Heilige Geest. |
|
| De gave van profetie.
De gave van profetie is een wonderlijke geestelijke gave. Want door deze gave kunnen we uit God een boodschap uitspreken tot de gemeente. De Here gebruikt ons mond om Zijn boodschap door te geven. Daarom geloof ik dat alleen reinen van hart zich open moeten stellen voor deze en de andere gaven. Degene die deze gave heeft begint vaak de profetie met " zo spreekt de Here". Sommige aanbiddingleiders zeggen bij de aanvang van de boodschappen, "laten wij horen wat de Geest tot de gemeente wil zeggen".
Laten we lezen wat Petrus zegt in 2 Petrus 1 vers 19 tot 21 :" En wij achten het profetische woord daarom des te vaster, en gij doet wèl, er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgen opgaat in uw harten. Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar door de heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken". Hoewel in dit bijbelvers geschreven wordt over de profeten uit het Oude Verbond die niet vergeleken mogen worden met de gelovigen van het Nieuwe Verbond die een profetie uitspreken, kunnen wij van het Nieuwe Verbond toch de volgende lering uit deze tekst trekken:- Profetie komt niet door de wil van een mens.
- Het is God die door Zijn Geest door ons spreekt.
U kunt niet van tevoren beslissen wat u gaat zeggen. U moet u ook niet laten leiden door uw menselijke geest en bewust over zaken profeteren die op dat moment aan de orde zijn en waarover u voorkennis heeft. Bijvoorbeeld: U bent in de loop van de week geconfronteerd met roddel en des zondags zegt u bewust, " zo spreekt de Here, mijn kinderen u bedroeft mij door uw roddel". Een dergelijke profetie is geen profetie maar slechts woorden uit een overmoedig hart. We kunnen echter van profetie spreken als het komt uit het hart van God. Profetie is een door God geïnspireerde uiting. |
|
| | Kenmerken van profetie.
" Maar wie profeteert spreekt voor de mensen stichtend, vermanend en bemoedigend". Een profetie is: Stichtend, vermanend, bemoedigend. Een profetie is dus niet afbrekend. |
|
| | Stichtend.
We worden gesticht en opgebouwd in ons geloof. De woorden dienen tot onze groei en opbouw in de Here . |
|
| | Vermanend.
Een waarschuwing tot een rein leven. Ons aansporen om op de weg van de Heer te blijven. Aansporen tot een hoger leven met Christus. |
|
| | Bemoedigend.
Ons troosten en moed geven om door te gaan. We worden bemoedigd om door te gaan op de weg. |
|
| | Misverstanden.
De gave van profetie is niet hetzelfde als het ambt van profeet. Ieder gelovige kan de gave van profetie bezitten. Dat lezen we in 1 Corinthe 14 vers 31: "Want gij kunt allen één voor één profeteren, opdat allen lering en allen opwekking erdoor ontvangen." Onder hen die het profetische ambt bekleedden bevinden zich mannen als Jesaja, Jeremia, David, Daniël enzovoort. Over deze bediening lezen wij in Efeze 4 vers 11: " En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus". Deze bedieningen zijn niet de gaven van de Geest, wel hebben deze dienaren van God geestelijke gaven ontvangen. Profeteren wil niet zeggen: " voorzeggen", maar tot de mensen stichtend, vermanend en bemoedigend spreken. Wie profeteert behoeft niet het profetische ambt te hebben; iemand die het profetische ambt heeft kan wel de gave van profetie hebben.
Een profeet is een prediker die in de gemeente een boodschap of preek brengt naar aanleiding van een openbaring van God. De profeten in het oude verbond brachten een prediking of boodschap naar aanleiding van een Gods openbaring en vaak werden er zaken voorzegd die later uitkwamen of die nog moeten uitkomen. U zult in de Bijbel passages tegen komen waarbij degenen die profeteren profeten genoemd worden. U moet echter deze profeten niet verwarren met de bediening van een profeet.
De gave van profetie heeft niets te maken met het voorspellen van de toekomst. Het is uitsluitend stichtend, vermanend en bemoedigend. Degenen die dachten dat zij de toekomst konden voorzeggen omdat zij die gave bezitten, hebben soms voor verwarring gezorgd in gemeenten. Soms hoor je de opmerking: " Ik kon mijn mond niet houden, ik moest spreken " of " ik kon niet wachten met het uitspreken". Gods Geest dwingt niemand om te spreken, " De geesten der profeten zijn aan de profeten onderworpen, want God is geen God van wanorde, maar van vrede". 1 Corinthe 14 vers 31 - 33. Wij moeten rustig wachten tot de ander uitgesproken is. |
|
| | Mogen allen profeteren?
In de Bijbel lezen wij : " Ik wilde wel dat gij allen in tongen spraakt, maar liever nog, dat gij profeteerdet." 1 Corinthe 14 vers 5. Hieruit kunnen we opmaken dat Paulus door de Geest de mensen aanspoort te bidden voor deze gave. Hij vond het goed dat alle gelovigen konden profeteren. " Want wie profeteert sticht de gemeente." In 1 Corinthe 14 vers 31 lezen wij : " Want gij kunt allen één voor één profeteren, opdat allen lering en allen opwekking er door ontvangen."
Het profeteren werkt aldus: De gemeente wordt door uw profetie opgebouwd, gesticht en vermaand. En u wordt door uw gehoorzaamheid ook gezegend omdat God u kunt gebruiken als een kanaal van zegen. |
|
| | Tenslotte.
Paulus vond het profeteren zeer belangrijk, omdat de gemeente gesticht werd. Hij heeft daarom de gelovigen aangespoord om te streven naar de gave van profetie. Hij zegt in 1 Corinthe 14 vers 1: "Jaagt de liefde na en streeft naar de gaven des Geestes, doch vooral naar het profeteren." Streven naar betekent: begerig zijn naar, enthousiast verlangen naar. Verder zegt hij : " Ik wilde wel dat gij allen in tongen spraakt, maar liever nog dat gij profeteerdet." 1 Corinthe 14 vers 5. "Zo dan, mijn broeders, streeft ernaar te profeteren en belemmert het spreken in tongen niet". 1 Corinthe 14 vers 39.
In deze studie hebben wij gelezen dat een profetie stichtend, vermanend en bemoedigend is. Zo kunnen wij onder andere toetsen of een profetie van de Here is. Wij moeten profetieën niet zomaar verwerpen of verachten. " Dooft de Geest niet uit, veracht de profetieën niet, maar toets alles en behoudt het goede." 1 Thessalonicenzen 5 vers 19 en 20. Het is goed en noodzakelijk om de profetieën te toetsen. Het is verkeerd en onbijbels om ze te verachten. Paulus spoorde Timotheüs aan zich te richten naar de profetieën die aangaande hem gesproken zijn : " Deze opdracht vertrouw ik u toe, mijn kind Timotheüs, in overeenstemming met de profetieën, die vroeger aangaande u zijn uitgesproken, opdat gij, u daarnaar richtend, de goede strijd strijdt met geloof en met een goed geweten. Omdat sommigen dit hebben verworpen, heeft hun geloof schipbreuk geleden." 1 Timotheüs 1 vers 18 en 19. |
|
|
| |
|
|
|
|
|
| |
|